Revalideren: elke stap vooruit telt
Ik moet toegeven dat mijn geduld in privésituaties soms te wensen overlaat. Maar op mijn werk bij revalidatiecentrum Elias krijg ik regelmatig de vraag van cliënten waar ik toch al dat geduld vandaan haal. Mijn antwoord is altijd hetzelfde: ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als mijn moeder hier zou liggen. Wat zou ik dan het liefste voor haar willen?
Natuurlijk zou ik mijn moeder alle warmte, zorg en aandacht willen geven die ze verdient. Het liefst zou ik alles voor haar doen. Maar ik weet ook dat ik haar daar niet altijd mee help. Als mijn moeder hier zou liggen, zou ik haar, net als mijn cliënten, stimuleren om zoveel mogelijk zelf te doen. Ik zou haar uitdagen om net iets verder te gaan, nog één stapje extra te zetten. Om zo het hoogst haalbare uit haar revalidatie te halen. Want hoe zelfstandiger ze weer wordt, hoe meer kwaliteit van leven ze terugkrijgt.
Juist door hen te stimuleren om handelingen zoveel mogelijk zelf uit te voeren, help ik hen verder
Het is dus niet zo dat ik cliënten niet wil helpen bij hun dagelijkse verzorging. Integendeel. Juist door hen te stimuleren om handelingen zoveel mogelijk zelf uit te voeren, help ik hen verder. Want uiteindelijk hebben ze daar het meeste aan.
Mijn tip aan cliënten is dan ook: heeft u na het ontbijt geen afspraken of therapie? Gebruik dat moment dan om te oefenen met iets wat u nog moeilijk vindt. Probeer bijvoorbeeld zelf tanden te poetsen of uw boterham te smeren. Het maakt niet uit hoelang u erover doet. U zult merken dat het elke dag een beetje beter gaat.
Geef uzelf dat extra stukje therapie cadeau!