Ik ontmoet Kees. Hij is alleen en de dementie is heel duidelijk merkbaar. Ik begrijp de zorgen. Een opname op korte termijn lijkt een ideale oplossing.
De kamer in het verpleeghuis valt tegen. Dit zet dochter aan het denken. Wordt Kees daar gelukkig? Kees heeft nooit veel behoefte gehad aan sociale contacten. Kees vindt het prima alleen. Kees gaat niet naar het verpleeghuis.
Ik schrik hier van want wat laten ze een mooie kans aan hen voorbij gaan. We plannen een overleg met de verschillende hulpverleners en kijken hoe we het thuis voor Kees zo goed mogelijk kunnen regelen.
We zijn 1,5 jaar verder. Kees woont nog steeds alleen in zijn huis en gaat achteruit. De lijntjes tussen hulpverleners en dochter zijn kort.
Ik heb waardering voor het besluit dat de kinderen 1,5 jaar geleden hebben durven nemen. Ze keken naar wat past bij hun vader. Het is geen ideale situatie. Voor de kinderen is dit niet de meest zorgeloze oplossing. Ze zijn zich bewust van de risico’s. Als Kees valt of een gevaar wordt voor zichzelf is verhuizen onvermijdelijk, dat weten de kinderen ook. Ze hopen dat Kees in zijn eigen huis kan blijven wonen tot zijn overlijden, omdat dit is wat het best bij hem past. Ik hoop voor Kees dat het zo zal gaan.
Volgende week gaan we als hulpverleners met elkaar weer in gesprek om Kees en zijn dochter te blijven ondersteunen.
(Kees is niet de echte naam van meneer, die we vanwege privacy niet vermelden).